SV Lonneker 2 / SV Park Stokhorst – SG Max Euwe 4 5½ – 2½

De voorbereiding begon op vrijdag al. Na de interne competitie en de Schaak-Off werden de borden en stukken in de juiste externe opstelling gezet. Ik wist dat ik op bord 7 zou zitten net als in de eerdere ronden, dus zou dat logischerwijs ook op dezelfde plek zijn als onze eerste thuiswedstrijd. Het thuisteam heeft zwart op de oneven borden en daarmee zitten de oneven borden net als in de eerste ronde aan het gangpad. Maar toen kwam de instructie dat de borden andersom moesten. Om mij niet duidelijke redenen was kennelijk besloten om de even borden nu aan het gangpad te zetten. Ik verliet het clubgebouw in de wetenschap dat ik aan de vijverzijde zou spelen.

Toen ik op zaterdagmiddag arriveerde, legde ik het notatieboekje dan ook daar neer. Echter was besloten om niet alleen de even en oneven borden om te draaien, maar ook de teams, Lonneker 1 zou dus aan de vijverkant spelen. Daarnaast waren ook de koningen en dames op sommige borden omgedraaid. Wij speelden nu dus aan de andere kant van het gangpad, waarbij wel weer was besloten om de oneven borden aan het gangpad te plaatsen. Bij Lonneker 2 speelde even dus aan de muur, op mijn tegenstander na, die bleek namelijk Even van de achternaam te heten.

Wegens een schaaktoernooi in Duitsland, het Andreas Schaar Gedenkturnier, was onze opstelling volledig Nederlands. Captain Gijs Gerritsen was doorgeschoven naar Lonneker 1, maar hij had wel wat goede invallers weten te regelen. Het team was daarmee mooi in evenwicht, met vier spelers van Lonneker en vier van Park Stokhorst.

Even snel een rondje langs de borden. Vlak na aanvang zag ik dat alleen op bord 1 en bord 2 met e4 was geopend, op alle andere borden waren andere keuzes gemaakt. Zo ook op bord 8, waar Henk als invaller aantrad. Henk opende zoals we hem kennen met 1.d4 en kreeg een Konings-Indische partij op het bord. Henk was net terug van een korte trip naar India en kon dus nog even in Indische sferen blijven. Henk kwam naar eigen zeggen goed uit de opening, maar er gebeurde daarna niet zo heel veel. Er werd afgeruild maar het evenwicht werd niet verbroken. Op een gegeven moment vroeg Henk aan Gijs of remise akkoord was. De vrede werd snel getekend: ½ – ½.

Zelf speelde ik dus op bord 7 tegen Even. Na 1.c4 zette ik de Stonewall op. Mijn tegenstander had na de opening licht voordeel doordat de ontwikkeling van de witveldige loper mij enige tempo’s kostte. Na 20 zetten was er echter weinig aan de hand en stond de volgende stelling op het bord:

Wit vervolgde met 21. f3, wat mij een slechte zet leek, maar volgens de engine viel dat nog wel mee. Na 21… exf3 kan wit met 22. Dd1 de stelling neutraal houden. Wat volgde was 22. Df2 Ld3 23. gxf3 Lxf1 en zwart heeft wel voordeel. Wit had echter gewoon 23. Pe2 kunnen spelen want na fxe2 gaat zwart mat. Vervolgens ruilde ik de zwartveldige loper af en enkele zetten later zag mijn tegenstander er geen perspectief meer in en gaf hij op: 1½ – ½.

Roelof was de volgende speler die klaar was met zijn partij. Tegen 1.e4 speelde hij Caro-Kann c6, maar op zet 2 d6 en zo kwam hij in een spelletje terecht wat hij enigszins voorbereid had: een afwachtende opzet met zwart, maar wit vloog hem niet naar de keel en speelde gewoon verantwoorde zetten. In het middenspel had onze speler slechts één zwakte, pion d6, maar met secuur spel was de stelling prima te verdedigen. Na 24 zetten, met beiden nog ongeveer drie kwartier op de klok, bood Roelof op een juist moment remise aan, zie onderstaande stelling:

“Daar moet ik even over nadenken” zei wit, maar liet even later de vrede aantekenen want het was onduidelijk hoe het verder moest: 2 – 1.

Appie speelde tegen de heer Mengels die hij kende van de tijd dat hij het seniorenshaak op de woensdagmiddag organiseerde. “Die Mengels is een gevaarlijke speler hoor”, hoorde ik Appie een aantal keer roepen. Appie belandde in een eindspel met toren en gelijke lopers en een gelijk aantal pionnen. Na een aantal zetten werd hier ook de remise overeengekomen. “Een gewone remisepot, een heel saaie remise”, was het commentaar van Appie. Daarmee kwam de stand Lonneker 2 – Max Euwe 4 op 2½ – 1½. Het is toch Lonneker 2 / Park Stokhorst zult u zeggen? Dat klopt, maar deze score was geheel gerealiseerd door de spelers van Lonneker. De Stokhorstenaren houden duidelijk van langere partijen, want die waren alle vier nog bezig. Tom S. en Jarich zaten naast elkaar en waren beide in een paard-eindspel terechtgekomen. Stan zat in een dame-eindspel. Bij Bertil stonden nog een heleboel stukken op het bord.

Tom S. was als eerste klaar. Ik had er wel vertrouwen in toen ik de volgende stelling op het bord zag:

Zwart speelde hier nog even door maar gaf uiteindelijk op: 3½ – 1½.

Bij Bertil was de stelling echter in ons nadeel uitgevallen. Ergens was hij een stuk verloren en uiteindelijk verloor hij ook de partij. Onze eerste (en naar later zou blijken enige) nederlaag: 3½ – 2½.

Het moest echter raar lopen wilden Stan en Jarich samen niet minimaal één punt binnenhalen. Het paard-eindspel van Jarich was echter nog niet zo makkelijk gewonnen als dat van Tom S., zie onderstaande stelling met zwart aan zet:

De engine geeft zwart hier een heel klein voordeel. Jarich wist de situatie met een dubbel-vrijpion echter toch in zijn voordeel om te zetten. Daarmee was de wedstrijd gewonnen want we stonden nu op 4½ – 2½.

Stan was als enige nog aan het spelen en als hij zou winnen, zouden we in de competitie Max Euwe 4 op bordpunten voorbij gaan. Hier is de stelling na zet 58 van wit:

Stan wist deze gewonnen stelling uit te buiten en na zet 67 gaf zijn tegenstander op. Appie snelde meteen naar het bord om te zeggen dat het allemaal veel efficiënter had gekund maar dat bleek bij nader inzien wel mee te vallen. De overwinning was zo 5½ – 2½ en dat is keurig tegen een team dat een iets hogere gemiddelde rating heeft:

Zoals te zien is was ook het laatste punt van Stan nuttig want nu staan we in de stand op een 3e plaats.

-Walter