Eerder deed ik al verslag van de wedstrijd van Lonneker 2 tegen WSG 3, onze eerste wedstrijd van het seizoen, die in een gelijkspel eindigde. Op deze bijna lenteachtige zaterdagmiddag vroeg in februari – hoewel er nog restanten ijs op de vijver lagen – werd de moeilijkheidsgraad opgeschroefd en mochten we tegen het tweede achttal van de Winterswijkers aantreden. Een zware opgave… Appie had vrijdag laten weten dat hij stond te popelen om weer een wedstrijd te spelen, en hoewel de opstelling al compleet was, was Walter wel bereid om zijn plaats aan hem af te staan. En de stand-in was vol vertrouwen: de kans was groot dat hij ofwel tegen Boogaard, ofwel tegen Van Wamelen zou moeten aantreden, maar geen van beide Dicks boezemde hem angst in. Onze eerste wedstrijd was destijds het debuut voor onze jeugdige aanwinst Oseb, maar nu nog geen half jaar later kun je hem al wel een routinier noemen en hij werd doorgeschoven naar bord 1. En ook nu was er weer een debutant, Jarno. Verder de vertrouwde teamsamenstelling, alleen teamleider Gijs was doorgeschoven naar team 1.
Omdat Boris zich nog niet zo fit voelde besloot hij niet tot het uiterste te gaan. Zijn partij was als eerste klaar, met een comfortabele remise als resultaat. Ondertussen zag het er op het bord van Kor Babie, zoals zijn tegenstander hem noemde (of gewoon Igor, zoals wij hem noemen…) behoorlijk chaotisch uit. Maar na een aantal tactische verwikkelingen wist Igor winnend voordeel te bereiken, en weldra konden we als positieve verrassing ons eerste volle punt bijschrijven. Ook nieuwkomer Jarno ging voortvarend van start. Zijn (letterlijk) goedgemutste tegenstander werd geleidelijk (figuurlijk) steeds minder goedgemutst toen hij door onze speler vakkundig van het bord werd geschoven. Voorlopig ging alles nog naar wens…
De eerste negatieve verrassing vond plaats op mijn eigen bord. Door een paar suboptimale zetten in de opening moest ik als noodgreep de pionnen voor mijn koning snel laten oprukken, maar dat pakte niet slecht uit en ik kreeg aardig het initiatief. Maar er kleefden ook risico’s aan, en toen ik een belangrijke tegenzet miste moest ik opnieuw een noodgreep uitvoeren om niet direct materiaal te verliezen. Dat leverde mijn tegenstander een gevaarlijke vrijpion op, en zijn zware stukken kwamen mijn stelling binnen, waarna het snel bergafwaarts ging. Het vertrouwen van Appie had ondertussen ook een deuk opgelopen. Hij had inderdaad een Dick als tegenstander getroffen, en toen ik hem “Stom spel eigenlijk” hoorde mompelen wist ik dat het waarschijnlijk de verkeerde kant op ging. De verzwakkingen die zijn tegenstander had weten uit te lokken werden hem te veel, en ook dit punt ging verloren. De stand was weer in evenwicht.
Maar op de overige borden zag het er goed uit. Tom stond een kleine kwaliteit voor en probeerde vorderingen te maken, maar dat viel nog niet mee. Hij moest berusten in remise, een resultaat waar hij vooraf zeker voor zou hebben getekend gezien het kaliber van zijn tegenstander. De beslissing moest dus vallen op de twee hoogste borden.
Oseb ging voortvarend van start en veroverde twee pionnen, waarvan hij er later wel weer één moest inleveren. Dit ging wel enigszins ten koste van zijn ontwikkeling, waardoor zijn tegenstander hem onder druk kon zetten. In het dame-eindspel dat ontstond had de tegenstander de keuze uit dameruil, wat in het voordeel van Oseb leek, of het slaan van een pion, wat eeuwig schaak mogelijk maakte. Remise was dan ook het logische resultaat.
Iedereen verzamelde zich nu rond het bord van Erik, die twee pionnen en aardig wat tijd voorsprong had. Eén matchpunt was dus vrijwel zeker en twee leek waarschijnlijk, hoewel Erik nog wel even moest uitkijken voor een mogelijke piondoorbraak van zijn tegenstander. Erik maakte het zichzelf niet makkelijk door de mogelijkheid om stukken te ruilen en zo het spel te vereenvoudigen niet te benutten, maar uiteindelijk bleken zijn pionnen toch niet te stoppen. Een mooie afsluiting van een spannende wedstrijd, en een mooi resultaat dat we goed kunnen gebruiken gezien de stand in de competitie.
Henk Jonkers
| T | Lonneker 2 | 1709 | WSG 2 | 1812 | 4½ | 3½ |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1. | Oseb Merkon | 1762 | Han Schuurmans | 1885 | ½ | ½ |
| 2. | Erik Akkersdijk | 1834 | Hennie Meijer | 1871 | 1 | 0 |
| 3. | Boris Tsoukkerman | 1968 | Stefan Teloken | 1860 | ½ | ½ |
| 4. | Igor Babic | 1541 | Herby Aalbers | 1839 | 1 | 0 |
| 5. | Jarno Scheffner | Reinhard Cvetkovic | 1836 | 1 | 0 | |
| 6. | Tom Engberink | 1630 | Dick Boogaard | 1826 | ½ | ½ |
| 7. | Albert Hulskers | 1633 | Dick van Wamelen | 1778 | 0 | 1 |
| 8. | Henk Jonkers | 1593 | Tim Witteveen | 1603 | 0 | 1 |