Lonneker 2 wint dankzij Oale Griezen
Lonneker 2 mocht in de tweede ronde aantreden tegen ENO uit Nijverdal. Het eerste had deze keer gelukkig geen invallers nodig, maar helaas konden Igor, Oseb en Walter niet spelen. Walter speelde op maandag vooruit in Nijverdal. Igor en Oseb werden vervangen door 2 Oale Griezen die nog een belangrijke rol gingen spelen. Als er naar de opstellingen gekeken werd, viel op dat ENO op elk bord meer rating had behalve dat van Erik en dat ENO gemiddeld bijna 100 punten meer had op elk bord.
Walter speelde op maandag tijdens Halloween al vooruit en had een mooi Halloweengambiet voorbereid helaas was zijn beoogde tegenstander verhindert en werd hij op bord 7 met zwart geplaatst. Hier mocht hij aantreden tegen Herman Keizer. Dit eindigde in een bloedeloos halfje.
Ondergetekende speelde de kortste lange partij van zijn leven. Op zet 5 verloor ik al een loper tegen Matthew Johnson en ik besloot niet door te spelen en zo verloor ik voordat Wennink, die zich had verslapen, binnen was. 1.d4 Pf6 2. c4 d5 3.Lg5 c6 4. E3 dxc4 5. Lc4 Da5+. Gelukkig ben ik niet de eerste in de schaakgeschiedenis die dit is overkomen:
Vaak werd en wordt ‘Gibaud – Lazard, Parijs 1924’ (1.d4 Pf6 2.Pd2 e5 3.dxe5 Pg4 4.h3 Pe3 en Wit gaf het op) de ‘kortste besliste meesterpartij’ genoemd. Daar valt tegenin te brengen dat het geen meesterpartij wàs maar een koffiehuispartijtje (tussen twee sterke spelers, dat wel) en dat die partij volgens Lazard zelf een zet langer duurde: 1.d4 d5 2.b3 Pf6 3.Pd2 e5 4.dxe5 Pg4 5.h3 Pe3 en Wit gaf het op. Hier heeft 5.h3 tenminste nog de pointe dat Wit na 5…Pxe5 6.Lb2 een tempo zou winnen. In een nòg intrapbaarder vorm kwam dit valletje voor in Montjanu – Choare, Boekarest 1948: 1.d4 Pf6 2.Pd2 e5 3.dxe5 Pg4 4.Pgf3 Le7 Nu lijkt Wit echt iets te hebben aan 5.h3 Maar: 5…Pe3 en Wit gaf het op. Deze partij is vaker gespeeld.
Maar ook was Gibaud – Lazard al sinds 1933 geen record meer, omdat er toen in een internationaal toernooi een partij werd gespeeld waarin Wit het na 4 zetten opgaf. Combe (Schotland) – Hasenfuss (Letland), Olympiade Folkestone 1933:
1.d4 c5 2.c4 cxd4 3.Pf3 e5 4.Pxe5 Da5+ en Wit gaf het op.
Deze blunder is in verschillende vormen vaak gemaakt. Meestal geeft Wit het na Da5+ meteen op, soms heeft hij nog een paar zetten nodig om de ramp tot zich door te laten dringen, maar zie wat er gebeurde in het oudste bekende voorbeeld:
Sjoemov – Von Jaenisch, Petersburg 1851
Beiden waren vroege voorvechters van het Russische schaak; Jaenisch’ naam leeft voort in enkele openingen. 1.e4 c5 2.d4 cxd4 3.Pf3 e5 4.Pxe5 Da5+ 5.b4 Lxb4+ 6.Ld2 Lxd2+ 7.Pxd2 Dxe5 8.Ld3 Pf6 9.O-O O-O 10.f4 Dc5 11.e5 Pd5 12.Lxh7+ Kxh7 13.Dh5+ Kg8 14.Pe4 Dxc2 (Dc6 is veiliger) 15.Tae1 En nu zou d6 met de bedoeling Lf5 beter zijn. 15…Pe3 (zie diagram)16.Txe3 dxe3 17.Df5 De2 Verliest geforceerd. Zwart moest met d5 of d6 de dame geven, met misschien nog winstkansen. 18.Pf6+ gxf6 19.exf6 Dc2 20.Dxc2 d5 21.Dd3 d4 22.Db5 Td8 23.Tf3 Lf5 24.Dxf5 Pc6 25.Dc5 en Zwart gaf het op.
In 1984 werden al die korte partijen weggevaagd door Z. Djordjevic – M. Kovacevic, Bela Crkva 1984: 1.d4 Pf6 2.Lg5 c6 3.e3 Da5+ en Wit gaf het op. En als dat geen meesters waren (ze hadden ratings van rond de 2100) dan werd dat ruimschoots goedgemaakt in het Spaanse clubkampioenschap van 1998 in Salamanca, toen Vassallo en Gamundi, twee internationale meesters met ratings rond de 2450, exact hetzelfde partijtje speelden. Ook de blunder 3.e3 is vaker voorgekomen – één keer, in een toernooi in Schotland in 1999, zonder dat Zwart op het idee van Da5+ kwam. Als Zwart dat wel doet spartelt Wit soms nog wat, maar nooit met zoveel succes.
Zo stond het dus al snel 0,5-1,5. Gelukkig kwam Henk snel goed te staan met een pion meer en een prima stelling, maar deze pion verloor hij even later weer en daarmee ook zijn prima stelling. De tegenstander van onze Oale Grieze Johan was verrast door 1. b4 en Johan kwam gewoon prima te staan. Oale Grieze Appie had zijn variant nog nooit eerder op het bord gehad, dat zag ik ook maar als een goed teken.
Tom had een pionnetje geofferd in de opening en had hier nog weinig voor terug gezien. Hij speelde een beetje passief verder en zo stond hij gewoon een volle pion achter. Erik leek wat resources te hebben. Boris had een solide stelling tegen Etien Alssema. Appie had ondertussen een pionnetje gewonnen. Dit zorgde echter wel voor een dubbele A-pion. Johan had ondertussen een pionnetje verloren en kwam een beetje gedrukt te staan.
Erik was ondertussen op pionnenjacht en kreeg een dame eindspel met 5 tegen 3 pionnen op het bord wat er zeer kansrijk uitzag. De tegenstander van Boris kreeg het ook al benauwd want hij ging zicht aan kleine dingetjes ergeren zoals het in het licht van zijn bord staan door zijn medespeler. Deze positieve punten gingen echter gepaard met een 0 van Tom tegen Rody Brinkhuis en zo stond het 0,5-2,5.
Henk had een partij met veel wendingen. Nadat hij in de opening een pion won en deze verloor, verloor hij weer een pion maar hij won er direct weer twee terug. Dit pionnetje meer was echter niet beslissend want in een eindspel met beide nog een paard en een loper en veel mogelijke afwikkelingen naar niet te winnen eindspelen eindigde de partij van Henk tegen Harry Doctor in remise en zo stond het 1-3. Als Lonneker nog een resultaat wilde halen dan waren ze afhankelijk van Erik en van een paar van die Oale Griezen.
De tegenstander van Johan ruilde een aantal stukken, dit leidde er toe dat er bij beide een toren en een loper op het bord bleven. De tegenstander van Johan probeerde wat te forceren maar kwam er niet doorheen tegen de Oaldste Grieze. Nadat de torens werden geruild bleef er een ongelijk lopereindspel over. Dit remise houden was natuurlijk kat in het bakkie voor Johan en zo pakte de Oaldste Grieze een sterke remise tegen Niels Voortman met ruim 400 punten meer. 1,5-3,5.
Erik was een beetje onzorgvuldig omgesprongen met zijn materiaalvoorsprong en was even in de denktank gegaan om uit te rekenen hoe 1 van zijn 3 pionnen de 2 van zijn tegenstander gingen passeren. De berekeningen die hij maakte klopten en zo pakte Erik het eerste volle punt voor Lonneker tegen Dennie Klink. Dit bracht de stand naar 2,5-3,5 en nu kwam het aan op de Oale Griezen.
Laten we beginnen met de revelatie van het seizoen: Appie, alleen al omdat hij er weer is. Na een aantal jaren van afwezigheid was hij daar dan toch opeens weer op de vrijdagavond tot ieders grote vreugde. Ook externe wedstrijden zag hij wel weer zitten en daarom mocht hij invallen op bord 5. Dat de Oale Grieze vos zijn streken nog niet was verleerd bleek wel weer, want het pionnetje voorsprong dat hij in eerste instantie op de A-lijn had was iets later wat beter gepositioneerd. Alle stukken gingen van het bord en met een vrijpion voor zijn tegenstander op de ene vleugel en 3 tegen 1 pionnen op de andere vleugel mocht Appie laten zien dat hij het spelletjes nog steeds niet was verleerd. Zijn tegenstander Axel Grunnekemeijer koos ervoor om zijn vrijpion te verlaten met zijn koning en de pionnen van Appie op te gaan halen. De Oale Grieze had dit al lang gezien en had ook gezien dat zijn achterste pion nooit geslagen mocht worden. Zijn tegenstander liep naar Appie`s pionnen, besefte dit ook en werd vervolgens subtiel van het bord verschoven 3,5-3,5.
Alles hing nu af van onze Oale Grieze Russische beer Boris. De partij was lang in evenwicht, maar Boris wist langzaam maar zeker wat meer druk te zetten en de stukken van zijn tegenstander te controleren. Boris wist zijn stukken goed te coördineren en dreigde uiteindelijk met een pionnetje minder op het bord ondekbaar mat. Het mooiste aan deze stelling was nog wel dat toren loper pion en koning allemaal samen werkten in deze aanval. Zo won onze Oale Grieze Boris en daarmee ook Lonneker 2. Een knappe overwinning tegen een op papier sterker ENO dankzij goede resultaten van onze Oale Griezen. 4,5-3,5
| T | Lonneker 2 | 1682 | ENO | 1771 | 4½ | 3½ | za 05 nov |
| 1. | Boris Tsoukkerman | 1968 | Etien Alssema | 2012 | 1 | 0 | |
| 2. | Gijs Gerritsen | 1900 | Matthew Johnson Temisaren | 1969 | 0 | 1 | |
| 3. | Erik Akkersdijk | 1834 | Dennie Klink | 1737 | 1 | 0 | |
| 4. | Tom Engberink | 1630 | Rody Brinkhuis | 1720 | 0 | 1 | |
| 5. | Albert Hulskers | 1633 | Axel Grunnekemeijer | 1659 | 1 | 0 | |
| 6. | Henk Jonkers | 1593 | Harry Doctor | 1686 | ½ | ½ | |
| 7. | Walter Wissenburg | 1589 | Herman Keizer | 1658 | ½ | ½ | |
| 8. | Johan Blokhuis | 1307 | Niels Voortman | 1730 | ½ | ½ |