Op zaterdag 12 december mocht het tweede team van SV Lonneker aantreden tegen Hardenberg. Alle signalen waren goed voor een fantastische wedstrijd. Het eerste team was namelijk compleet waardoor wij geen spelers hoefden af te staan en ook zelf hadden we alleen onze vaste invaller Leon nodig om het team compleet te maken.
We begonnen de wedstrijd heel goed. Walter wist op bord 7 op zet 8 met zwart een paard op c2 te planten. Dit viel niet alleen de koning en de toren van zijn tegenstander aan, maar ook nog eens de dame die onhandig op a3 stond. Zo betaalde Walter’s voorbereiding in de beruchte kroeg de negende cirkel zich toch uit met damewinst op zet 9. Zijn tegenstander speelde nog even door, maar nadat Walter vakkundig alles aan het afruilen was, moest hij het op een gegeven moment toch opgeven en zo kwam Lonneker al vroeg op een 1-0 voorsprong.
Leon speelde op bord 6 met wit tegen Robin Bos. Nee niet de onze Robin G. Bos, maar Robin R.J. Bos uit Hardenberg. Op de vraag hoe sta je kreeg ik het antwoord dat Stuij het een rare partij vond en dat hij misschien ooit wel een pion zou verliezen. Daarvoor zou hij dan wel Optische, Ruimtelijke, Dynamische compensatie krijgen, zo luidde zijn verhaal. Dus ik dacht dat komt vast helemaal goed. Niet veel later had onze Leon echter opeens zonder overleg remise aangeboden, onder het motto als ik het had gevraagd had je nee gezegd. Robin R.J. Bos nam het aan en zo stond het 1,5 – 0,5.
Waarschijnlijk had ik zelf tegen Leon gezegd dat hij wel remise mocht aanbieden, want op dat moment stonden Henk en Tom al een pionnetje voor. Alleen Erik stond misschien iets minder en de rest stond ook wel prima.

Henk was in de week voor de partij al messcherp; zo merkte hij op dat de teamleider de wit- en zwart-borden door elkaar had gehaald. Deze scherpte was een voorbode voor zijn partij. Henk had kans gezien om af te ruilen, zodat de koningsstelling van zijn tegenstander open lag. De aanval zag er veelbelovend uit, maar helaas vond hij niet een directe winstkans. Hij besloot daarom maar gewoon vakkundig een pionnetje te winnen en dit uiteindelijk in een toreneindspel om te zetten in een puntje en zo Lonneker naar een 2,5 – 0,5 voorsprong te brengen.
Ondergetekende had zichzelf met wit op 1 gezet. Henk had in de mail opgemerkt dat dit een zwart-bord was, dus toen werd de opstelling omgegooid zodat ik wit had op bord 2. Er gebeurde niet veel bijzonders in mijn partij. Ik deed een beetje onhandig met mijn stukken en nadat alles afgeruild was, bleek het loper + 4 pionnen eindspel voor beide niet te winnen. Ik bood remise aan, dit werd afgewezen, maar twee zetten later moest mijn tegenstander ook constateren dat het toch echt remise was. Dit bracht de stand op 3 – 1.
Erik had ook wit gekregen en speelde op bord 4. Hij kwam helaas minder te staan en werd een beetje in de verdediging gedrukt. Gelukkig vond hij een mooi torenoffer waarmee hij eeuwig schaak kon forceren en zo ging ook deze partij niet de verkeerde kant op — speel de partij hier na.
Met een 3,5 – 1,5 tussenstand zou een overwinning toch mogelijk moeten zijn. Tom stond namelijk twee pionnen voor in een eindspel met de torens en een loper. Roelof stond nog gelijk en Igor had twee pionnen minder, dus de prognose was 5 – 3.
Het liep echter allemaal wat anders. Tom werd getruct en verloor een pionnetje. Nog steeds niks aan de hand, maar winnen werd al een stuk lastiger; niet veel later had Bernard van Lenthe helaas nog een truc, zo dacht Tom. Hij gaf de partij op omdat hij een stuk dacht te verliezen. Uit nadere analyse van de stelling bleek echter dat er toch nog een zetje was geweest om zijn loper te redden en dat het dan waarschijnlijk wel remise was geworden. Binnen 10 minuten ging Tom van een zeker-lijkend punt naar een remisestelling en zelfs een nederlaag. Hierdoor kwam de stand op 3,5 – 2,5.
Igor had ondertussen zijn tegenstander getruct, zodat hij niet meer 2 pionnen maar slechts 1 pion achter stond in een toreneindspel en Roelof zat ondertussen ook in een toren + 4 voor-beide eindspel. Dus met een beetje geluk gewoon 2 halfjes en dan alsnog winnen was het plan.
Roelof speelde een sterke pot tegen Arie van Wageningen (2030), kwam in een eindspel waarbij hij misschien een klein minnetje had, maar wist door goede zetten te doen zelfs op de winst te spelen. Helaas bleek zijn ene overgebleven pionnetje niet sterk genoeg om de overkant te halen onder het toeziend oog van een witte en een zwarte toren. Zo werd het dus 4-3 en was het eerste matchpunt in ieder geval binnen. Speel de partij hier na.
Igor, die het eindspel was begonnen met 4 tegen 6 pionnen met allebei nog een toren, had ondertussen een lastig eindspel waarin hij dus al een pionnetje had teruggewonnen. Met pionnen op beide flanken bleef het heel lang een lastige stelling waar nauwkeurige zetten van beide spelers nodig waren. Helaas bleek het pionnetje-minder toch fataal te zijn en verloor Igor in een lang eindspel uiteindelijk de controle en de partij. Zo werd het 4 – 4; een aardig resultaat, maar er had zeker wel meer ingezeten.
Gijs
.

.
.