Op zaterdag 16 September 2017 mocht het tweede achttal voor zijn eerste wedstrijd in dit schaakseizoen aantreden tegen Drienerlo in de nahand. Omdat het een uitwedstrijd betrof werd de speellocatie het Denksportcentrum in Hengelo.
De avond ervoor waren al 2 wedstrijden vooruit gespeeld. Nou ja, eigenlijk maar 1.
Gijs Gerritsen kreeg een reglementaire 1 op bord 6 omdat zijn tegenstander op het laatste moment moest afzeggen. Zodoende speelde Albert Hulskers met wit op bord 7 tegen Daan Stam.
De wedstrijd verliep in de opening vrij rustig. De zwartspeler wist echter langzaam de druk op te voeren waardoor Appie zijn stukken moeilijk kon plaatsen. Hij verloor een stuk en even later de partij.
Dit betekende dat we op de zaterdag met een 1-1 als tussenstand aan de resterende partijen begonnen.
Op bord 2 speelde Jarno met zwart tegen Anjo Anjewierden. Jarno kreeg het erg zwaar doordat de witspeler zijn stukken aggressief kon ontwikkelen en veel druk op het centrum kon krijgen. Jarno moest uitermate secuur verdedigen en zijn stukken vaak terugzetten om ze niet kwijt te raken. Op het eind werd de aanvalsdruk van wit echter te veel en verloor Jarno zijn partij: 2-1
Ondergetekende mocht als waarnemend teamleider spelen op bord 4 tegen de teamleider van Drienerlo, DirkJan Knoeff.
Mijn tegenstander begon met een ware stormloop aan pionnen zijn partij. De eerste 4 zetten van wit waren: a3, e3, c4, en b4.
Ik besloot rustig te blijven en mijn stukken te ontwikkelen. Hierdoor ontstond een taktisch schaakspel wat mij erg beviel.
Toen het centrum werd dichtgeschoven door pionnen werd het snel vrij onoverzichtelijk. Ik besloot remise aan te bieden wat prompt werd aangenomen omdat mijn tegenstander het ook niet meer zag: 2.5-1.5
Een rondje langs de overige borden leerde mij dat Jurgen Meijerink op bord 1 iets minder stond, Niklas Brinkers op bord 3 twee pionnen meer had,
Wim Stoltenborgh op bord 5 een pion voor stond en zijn stukken veel beter had ontwikkeld, en Roelof Berkepeis op bord 8 het lastig had. Intussen was Boris Tsoukkerman binnengekomen als supporter en hij deelde mijn gevoel dat het een nipte nederlaag kon worden voor het team. Boris besloot met de woorden “misschien gebeurt een wonder….”
Intussen ging het op bord 1 en bord 5 snel. De stelling van Jurgen op bord 1 viel compleet in elkaar. Hij verloor een kwaliteit, wist dat uiteindelijk niet terug te krijgen en verloor zijn partij: 3.5-1.5
Wim had op bord 5 ‘gehakt’ gemaakt van de stelling van zijn tegenstander. Na een toren-aanval op Koning en Dame vond zijn tegenstander het goed genoeg: 3.5-2.5
Intussen had Roelof op bord 8 door 2 paard-schaakjes ineens een kwaliteit gewonnen en zag het voor het team een stuk rooskleuriger uit.
De tegenstander van Roelof probeerde het nog wel maar moest lijdzaam toezien hoe Roelof zijn overwicht rustig uitspeelde en wist te winnen: 3.5-3.5
Als laatste was Niklas bezig op bord 3. Zijn voorsprong was inmiddels 1 pion en zijn tegenstander wist de druk op te voeren.
Allerlei vervelende schaakjes en eeuwig schaak mogelijkheden zaten in de partij. Niklas vroeg netjes aan mij of hij remise mocht aanbieden.
Toen ik daar positief op reageerde bood hij dat zijn tegenstander aan. Na overleg met zijn eigen teamleider nam hij het aanbod aan waardoor de eindstand 4-4 werd.
Drienerlo in de nahand – Lonneker 2 (4-4)
bord 1: Henk Nicolai (1952) – Jurgen Meijerink : 1-0
bord 2: Anjo Anjewierden (1902) – Jarno Scheffner : 1-0
bord 3: Rob van der Lubbe (1781) – Niklas Brinkers : 0.5-0.5
bord 4: Dirkjan Knoeff (1789) – Tom Engberink (1640) : 0.5-0.5
bord 5: Erik Zuurbier (1536) – Wim Stoltenborgh (1727) : 0-1
bord 6: NO – Gijs Gerritsen (1922) : 0-1 (R)
bord 7: Daan Stam (1672) – Albert Hulskers (1544) : 1-0
bord 8: Martin Borggreve (1654) – Roelof Berkepeis (1782) : 0-1
Tom