November 2019
M T W T F S S
« Oct    
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
252627282930  

Hoe te winnen bij +0.35?

De schaakavonturen van Jokim in het seizoen 2014/5

[alle partijen in dit artikel kun je direct naspelen : ze bevatten aan het eind van de partij-notatie een link naar de pagina “Speel Partij Na” op deze site -red.]

In november 2006 verscheen in Het Blozende Paard (een ouderwets dik nummer) een artikel getiteld ‘Hoe te winnen bij -5’. Er waren zelfs twee artikelen met deze titel: in het kortere artikeltje door Walter werd namens mij aangekondigd dat de volgende Elfstedentocht in 2016 zou gaan plaatsvinden. Ten tijde van dit schrijven zijn de weersomstandigheden dusdanig extreem, aan de warme kant, dat volgens mij de winter zomaar een sterke vorst zou kunnen opleveren. Ik heb het even overlegd met Arno, en hij zegt dat het ook zomaar zou kunnen deze winter, maar hij zoekt de verklaring bij het fenomeen ‘zonnevlekken’. Nederland heeft immers een zeeklimaat en geen landklimaat zoals Spanje, dus de winters en zomers zijn niet op die manier onderling verbonden. Maar de huidige zonnevleksituatie schept wel de voorwaarden waarin een strenge winter mogelijk zou zijn, ook al is het alsnog sterk afhankelijk van andere variabelen. We wachten af!

In het artikel van negen jaar geleden probeerde ik uit te leggen hoe het toch kwam dat ik steeds won, terwijl ik eigenlijk objectief verloren had gestaan (“min vijf” volgens de computer dus). De bijbehorende statistieken waren dat ik 8 uit 11 had gescoord aan het begin van het seizoen 2006-2007, in plaats van 4 uit 11, tegen een gemiddelde rating van 1624 (ik had zelf 1786). In het externe seizoen 2014-2015 scoorde ik 11,5 uit 13 tegen een gemiddelde weerstand van 2025, terwijl ik normaal gesproken, op basis van mijn rating aan het begin van het seizoen (2029), tegen gemiddeld 2025 dus zo’n 6,5 à 7 uit 13 zou moeten scoren. Wederom een flinke, tot vrolijkheid stemmende marge dus, die me in een seizoen ruim honderd punten ratingwinst zowel bij de KNSB als bij de FIDE heeft opgeleverd.

Ik had in hetzelfde nummer aangekondigd dat ik wel binnen twee jaar de 2000 zou gaan halen (dus eind 2008) en dat werd in de praktijk april 2009. Mijn prognose was dat Zyon er drie jaar over zou doen, maar die had het eind 2007 al. En ik dacht dat Paul er vijf jaar voor nodig zou hebben (dus pas in 2011), maar die had in 2008 al ruim 2200. Zo zie je maar dat zelfs prognoses over redelijk korte termijn eigenlijk vaak maar klinkklare onzin blijken. Dat neemt niet weg dat mijn oude Elfstedentochtvoorspelling wel steeds aannemelijker aan het worden is, al is het alleen maar vanwege de immer waar blijkende wet van Appie.

Wat er sinds april 2009 is gebeurd, toen ik voor het eerst officieel 2000+ had, is niet helemaal duidelijk, want ik ben t/m de ratinglijst van augustus 2014 rond hetzelfde niveau blijven hangen. Niet dat 2000 zo slecht is trouwens, ik heb dat al die jaren wel een aangenaam speelniveau gevonden. Het afgelopen seizoen was dus opeens uitzonderlijk goed, en het is nog maar de vraag of ik het komende seizoen ook daadwerkelijk op 2100-niveau kan spelen. Wellicht was het toeval en zak ik weer terug richting de 2050.

De vraag in dit artikel is dus: wat was de meerwaarde van mijn spel waardoor ik vijf punten meer scoorde dan verwacht, zoals in het artikel van 2006 de vraag was: wat doe ik precies waardoor ik vier punten meer scoorde dan eigenlijk objectief gerechtvaardigd was. Of is het weer gewoon toeval?

Het eerste wat opgemerkt dient te worden, is dat ik gedurende het gehele seizoen geen -5 heb gestaan. Dat scheelt in de praktijk toch een hoop tegen sterkere spelers. Een goede stelling helpt best wel als je aan het eind van de partij een positief resultaat wil bijschrijven. Als je eigen stukken prima staan en de stukken van je tegenstander ietwat minder bewegingsvrijheid hebben, dan komt er vaak ‘als vanzelf’ een moment dat de tegenstander het subtiele gemanoeuvreer zat is, en, zoekend naar de bevrijding van de stelling, juist een misstap begaat.

Daarnaast speelde ik in de opening al niet heel theoretisch, zonder me daar al te veel zorgen over te maken, en berekende rustig “scenario’s” en niet al te concrete varianten. Gezien het succes ervan in de voorgaande partijen groeide m’n vertrouwen in de kansrijkheid van mijn eigen opzetjes, maar ik verloor nooit uit het oog dat mijn inschattingen objectief een stresstest niet zouden doorstaan. Maar voor één partijtje moest het steeds toch wel kunnen.

Mijn seizoen begon met een enthousiasmerende overwinning op Gerrit Visser, de speler die me aan het seizoen hiervoor het hardst van het bord gezet had. De partij verliep voor mij zeer aangenaam en het was ook wel gewoon mijn beste partij van het seizoen, en waar ik de rest van het jaar met plezier aan heb teruggedacht. Hij maakte een klein foutje waardoor ik een zeer klein initiatiefje kreeg, wat ik door zijn mogelijkheden in te perken maximaal uitventte en in korte tijd omzette in een heel punt. Die inperking was dan ook één van mijn grootste aandachtspunten toen ik aan de partij begon: tactisch had hij me helemaal dolgedraaid de partij ervoor. Daarom speelde ik wat bedachtzamer, nam steeds wat extra bedenktijd, en mijn aanvallende opzet was er niet eens zozeer op gericht om hard te winnen, maar meer om te voorkomen dat hij de stukken kon bevrijden en ons een eindspel in zou loodsen. In de praktijk leidde mijn aanpak tot een voor mij zeer bevredigende overwinning. Helaas vochten we als zevenmansteam kansloos tegen de bierkaai, ik had dus enkel een persoonlijke opsteker om mee naar huis te nemen.

Jokim – Gerrit Visser (2023) (27 september 2014, VAS – Lonneker 1, 5,5-2,5)
1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 d6 6. Lg5 e6 7. Le2 Le7 8. O-O a6 9. Dd2 Dc7 10. Tfd1 Ld7 11. Tac1 b5 12. De3 Pe5 13. f4 Pc4 14. Lxc4 (diagram)
14…Dxc4. De zet waar m’n tegenstander niet zo tevreden mee was. 14…bxc4 houdt de stelling meer in toom. Nu heeft wit het type ‘beetje momentum’ waarmee gewerkt kan worden en het is het soort stelling waar zwarte foutjes onvermijdelijk erin sluipen. 15. e5 dxe5 16. fxe5 Pd5? 17. Pxd5 Lxg5 18. Dxg5 Dxd5 (diagram)
19. Pb3! Db7 20. Pc5 Da7 21. b4! Niet echt in mijn bekende directere stijl, maar ik was tevreden met het vinden van deze origineel ogende opzet. Zwart kan zich er niet zomaar uit worstelen. Als ik eerst op g7 had gepakt, was zwart er lang uit gerokeerd. Na het dekken van het paard moet alsnog de loper van d7 weg (21…Tc8 22. Txd7 Txc5 23. Txa7 helpt zwart niet). 21…Lc6 22. Dxg7. Nu is het pakken beter getimed. 22…Tf8 23. Td6 Ld5. Dit lijkt nog een beetje een poging om de stelling op orde te krijgen, en het was nog even uitkijken of zwart zich kon bevrijden. 24. Td1 Tc8 25. T1xd5 exd5 26. Te6+. Het is al voorbij. 1-0 >> speel deze partij na

Bovenstaande partij was voor mij dus een zeer aangename aftrap van het seizoen, al had ik natuurlijk ook niet verwacht dat het daarna nog zo goed verder zou gaan. Ik nam er ook een aantal punten van mee die nuttig waren. Zo begon de totstandkoming van de overwinning al met de realisatie en bescheiden ‘bewondering’ voor hoe sterk de tegenstander is; ik was niet vergeten hoe mijn stelling in de partij ervoor was weggeblazen. Daardoor wilde ik dus juist de tactische mogelijkheden zo veel mogelijk in bedwang houden. Ik rekende dan ook niet met het oog op de tactische punchline, maar meer op die stelling na Pc5 Da7 b4 die de hele zwarte stelling lamlegde, ook al was er niet echt een directe winnende pointe aan verbonden. Die kwam daarna vanzelf, en extra hard ook nog eens. Ook had ik tijdens de partij enkele ‘timeouts’ genomen om een paar scenario’s goed door te rekenen en de implicaties ervan door te nemen (is dit wel écht goed voor wit, of speelt zwart zich er nog uit?), ook al leken de zetten voor de hand te liggen en zichzelf aan te bieden. Uiteindelijk had ik, zoals ik ook al aanhaalde in het artikel in 2006, het ‘geluk’ dat de stukken op de juiste plek vielen, maar dat bijvoorbeeld Ta8-c8 de dekking van de dame op a7 losliet, was niet geheel toevallig. Zwart worstelde op dat punt al om er nog iets van te maken. Daarnaast wist ik heel goed dat het geen perfecte partij was van begin tot eind, maar ook dat dat niet uitmaakte. In de opening had ik al wat terughoudende keuzes gemaakt die niet zozeer een voordeel op het oog hadden of ambitie uitstraalden (Le2, Tac1, De3 zijn stuk voor stuk discutabele zetten waarvan de validiteit terecht in twijfel mag worden getrokken). Wat meer telde was de energie die ik tot het eind van de partij rustig in de voortzettingen bleef pompen.

De partij in de tweede ronde was wat minder inspirerend. Ik speelde wederom met als insteek dat de tegenstander niet zo veel mogelijkheden zou moeten krijgen. Het was een beetje saai afruilen waarbij mijn intentie niet eens zozeer maximalisatie van m’n eigen mogelijkheden was, maar meer de inperking van de zwarte keuzevrijheid. En als er niet zo veel mogelijkheden zijn voor de stukken, leidt dat vaak tot wat minder geslaagde ideeën die nagejaagd worden. Een klein voordeeltje lang in bezit houden, als een soort balbezit in voetbal, is vaak eigenlijk wel meer dan genoeg, dan wordt de druk onhoudbaar en op een gegeven moment brokkelt het dan vanzelf wel af bij de tegenstander. Het is niet eens nodig echt goed te spelen als je een rustige stelling hebt; een beetje beter dan je tegenstander is vaak ook voldoende voor die kleine, subtiele sprong van remiseachtig naar winststelling. Zo verlies ik zelf – normaal gesproken dan – veel vaker: als mijn tegenstander al net ietsje beter staat en dan langzaam verder kan bouwen aan z’n stelling, terwijl ik enkel machteloos kan toekijken. Zie voor een voorbeeld hiervan mijn partij tegen Merbis hierna. Het team won vrij verdiend, onder andere door deze winstpartij. Hierdoor hoefden we ons niet al meteen zorgen te maken over degradatiescenario’s.

Jokim – Avni Sula (2023) (1 november 2014, Lonneker 1 – Caissa 3, 5-3)
1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 a6 5. Le3 Pf6 6. Ld3 Pc6 7. O-O Dc7 8. Pd2 Pe5 9. Le2 h5 10. h3 d5 11. f4 Pc4 12. Pxc4 dxc4 13. Lf3 e5 14. Pe2 Lc5 15. Lxc5 Dxc5+ 16. Kh1 Ld7 (diagram)
Na wederom een niet al te ambitieuze opening komt hier de eerste rare zet die ik invoegde. Mijn idee was om toch een beetje de balans te verstoren. Het leek me net ietsje prettiger om de witte pion op b4 te hebben dan op b2, ook al is het niet heel logisch en ook niet duidelijk wat het uiteindelijke effect in de partij was. Het aanbieden van zo’n dameruil is ook niet echt mijn stijl van spelen, maar zo kwam het nou eenmaal uit. 17. b4?! De7. Als 17…Dxb4 dan 18. fxe5, paard moet weg, en dan Tb1, dame moet weg, en dan Txb7. Hij kon dan overigens 18…Pg4 doen, maar dat maakte me niet zo veel uit, daar werd de stelling wat levendiger van en de stelling is na 19. Dd4 nog prima te overzien. 18. fxe5 Dxe5 19. Dd4! Dxd4 20. Pxd4 O-O-O 21. e5. Net dat ene – van tevoren ingecalculeerde – vervelende zetje waardoor zwart daadwerkelijk wat onprettige keuzes moet maken. 21…Ph7 22. c3 Pg5 23. Ld5 The8 24. Tae1 Lxh3 (diagram)
De onrust veroorzaakt door hangende stukken, en het mogelijke verliezen van de pionnen op c4, f7 en g7, werd m’n tegenstander hier al te veel. 25. Lxf7 Tf8? 26. e6! Lxe6 27. Lxe6+ Pxe6 28. Pxe6 Txf1+ 29. Txf1. En het is al weer gepiept. De e-pion werd opeens heel sterk doordat het e5-zetje voor m’n tegenstander resulteerde in onhandige manoeuvres terwijl het voor mij juist wél handig en nuttig was. Het eindspel speelde ik vrij onhandig, maar voor de volledigheid volgt het hier zonder verder commentaar. 29…Td6 30. Pxg7 Td3 31. Tf3 Td1+ 32. Kh2 Ta1 33. a4 Txa4 34. Pxh5 a5 35. Tf4 b5 36. bxa5 Kb7 37. Pf6 Kc6 38. g4 Ta3 39. Pe4 Kd5 40. Pf6+ Ke6 41. g5 Txa5 42. g6 Ta7 43. Pe8 Ke5 44. Tf1 Ta6 45. Te1+ Kf4 46. g7 Th6+ 47. Kg2 Tg6+ 48. Kf2 b4 49. cxb4 c3 50. Tc1. Toevallig wel weer een stelling die meer leunt op het feit dat zwart niks nuttigs meer kan doen dan op een directe knock-out. 1-0 >> speel deze partij na

Op m’n enige verliespartij tegen Max Merbis, een oude bekende van Willem Bulter van begin jaren 70 toen ze streden om het Twents kampioenschap, was amper iets af te dingen. Hij gaf meteen de pion terug in mijn nog altijd dubieuze maar te verleidelijke Fajarowicz-opening, eigenlijk dus niet objectief de sterkste aanpak, en daarna volgde een vrij subtiel duel. Ik schatte echter niet alles goed in, en had na (of al tijdens) de partij spijt van mijn te optimistische a7-a5, waar ik me beter nog een paar zetten op m’n ontwikkeling had kunnen concentreren. Deze partij benadrukte voor mij ook juist het belang van kalmte en inperking van de mogelijkheden, en dat je niet uit het oog moet verliezen dat de tegenstander ook best goed kan schaken en ervaring heeft op het tweedeklasseniveau – niet niks. Hij tikte me eenvoudig weg, op een manier zoals me dat overigens wel vaker gebeurt. Ik kwam niet echt meer in het stuk voor en was nog slechts een speelbal van de rustig opgezette plannen van wit. De rest van het seizoen was dat dus ook een van mijn belangrijkste aandachtspunten: in het vooruit al zorgen dat de eigen stelling goed genoeg blijft zodat ik geen speelbal word van welk lot m’n tegenstander dan ook voor me in gedachten heeft. Dat ging overigens ook maar met wisselend succes. Ik probeerde in elk geval te voorkomen dat m’n eerste zet, zodra ik het in het middenspel niet meer wist, a4/h4 of a5/h5 zou zijn.

Over mijn enige verliespartij van het seizoen heb ik verder eigenlijk vrij weinig te zeggen, ook al was het vrij subtiel op het begin. Ik probeerde te voorkomen dat hij Ta1- d1 met initiatief kon spelen, en ervoor te zorgen dat die zet hem juist een zetje zou ‘kosten’. Dat gedeelte kwam ik wel aardig door, maar ging vervolgens kapot. Wellicht had ik juist wél al vroeg dames moeten ruilen en hem daarmee gratis zet Ta1xd1 moeten gunnen. Dat is het type inschattingen waarmee ik nog altijd moeite heb om tot een gefundeerd oordeel te komen. Het komt uiteindelijk vaak toch aan op het gevoel van dat moment. We verloren als team kansloos en het lijkt me dat HWP Haarlem verdiend kampioen geworden is, ook al won Gijs naast mij een klassepotje.

Max Merbis (2103) – Jokim (22 november 2014, HWP Haarlem – Lonneker 1, 5,5-2,5)
1. d4 Pf6 2. c4 e5 3. dxe5 Pe4 4. a3 d6 5. Pf3 Pc6 6. Pbd2 Pxd2 7. Lxd2 dxe5 8. Lc3 f6 9. Dc2 Le6 10. e3 Dd7 11. b4 Df7 12. Pd2 Le7 13. Le2 O-O 14. O-O a5? 15. c5 g6 16. f4 exf4 17. exf4 Tad8 18. Db2 Ld5 19. Tae1 Pb8 20. f5 g5 21. Lf3 Td7 22. Te3 b6 23. cxb6 cxb6 24. Tfe1 axb4 25. axb4 Ld8 (diagram)
26. Te6! Er is hier al geen houden meer aan. Wit heeft op rustige, afwachtende wijze mijn opties drooggelegd en klopt nu nadrukkelijk op de deur. 26…Lxf3 27. Pxf3 Td5 28. g4 Pd7 29. Ld4 b5 30. Kg2 Pb8 31. Lc5 h5 32. h3 Pd7 33. Lxf8 Pxf8 34. T6e4 h4 35. Db3 Kg7 36. Td4. En aangezien ruilen geen optie is met een kwaliteit minder, en de pion op b5 die valt, ging ik dan maar zo verder, maar het had verder helaas geen deugdelijke pointe: 36…Dc7 37. Dxd5 Dg3+ 38. Kf1 Lb6 39. Ke2 Dg2+ 40. Kd3 Lxd4 41. Kxd4 Db2+ 42. Kd3 1-0 >> speel deze partij na

Mede dankzij de ‘lessen’ die ik meenam uit deze verliespartij, voor zover je nog kunt leren na al die jaren schaken, won ik hierna vijf partijen op rij, die overigens wel van wisselende kwaliteit waren. Ik denk dat ik ze wel met een goede intensiteit speelde. Drie partijen won ik voornamelijk door de prominente rol van vrijpionnen, en in de andere twee winstpartijen maakte ik gretig gebruik van directe tactische blunders. Vervolgens wachtte de sterke David Slagter in de KNSB-beker. Ik had ten eerste al het geluk dat hij vergeten was dat hij die avond moest spelen. Robin moest ‘m even bellen om hem te vertellen dat hij te laat was. Hij kwam vervolgens wel meteen, maar moest beginnen met een half uur achterstand, en in de bekercompetitie was het speeltempo ook al ietsje korter. Daarnaast had ik het voordeel dat ik geen schoolverplichtingen had, waardoor ik al het een en ander bekeken had van het hele Groninger team. Ik had dus een beetje een idee van zijn spelopvatting, ik wist dat hij sterk was, en dat hij Frans speelde. Ik was samen met Arno gereisd en ruim van tevoren aanwezig, en toen hadden we ook al wat openingsideeën doorgenomen. Mijn 2. exd5 was duidelijk door Arno geïnspireerd, alsook het idee om snel Pe5 te spelen, ook al had Arno me het gunstige van die manoeuvre laten zien in een heel andere opening. Ik had daarnaast ook nog het geluk dat David wat slordig 6…c6 speelde, in plaats van het meer gangbare …Pe7. Ondanks al deze punten die in mijn voordeel werkten, is hij alsnog gewoon sterker dan ik en een redelijk gewiekste speler, en had ik tijdens al het gemanoeuvreer nooit concreet voordeel. David dacht nog eens een half uur na en toen stond ik een uur voor in tijd, maar dat hielp nog steeds niet op het bord. Ik speelde wederom nadrukkelijk op het beperken van de vrijheden van het beest, en om de rust in eigen kamp te bewaren, terwijl het steeds concreter gevaarlijk werd voor me. Uiteindelijk ruilden we dames en ging z’n stelling over de kop door de steeds groter wordende tijdsdruk, en door een venijnig vrijpionnetje. Ondanks veelbelovende stellingen bij Fabian en (vooral) Timo verloren we helaas met 3-1 van het sterkere team, terwijl er nog een poos hoop leek op tenminste een snelschaakverlenging van het bekeravontuur.

Jokim – David Slagter (2194) (20 maart 2015, Groninger Combinatie – Lonneker (beker), 3-1)
1. e4 e6 2. d4 d5 3. exd5 exd5 4. Pf3 Ld6 5. Ld3 Lg4 6. O-O c6 7. De1+. Ontpent het paard! 7…Pe7 8. Pe5 Le6 9. f4 Db6 10. Df2 Lf5 11. Lxf5 Pxf5 12. c3 Pd7 13. Pd2 h5 14. Pdf3 Pf6 15. Pg5 Tf8 16. Dc2 g6 17. Kh1 Dc7 18. b4 O-O-O 19. a4 Pg4 20. Dd3 Tde8 21. Pgf3 Tg8 22. Ld2 Kb8 23. Tae1 Pfh6 24. h3 Pf6 25. Pg5 Te7 26. c4 dxc4 27. Pxc4 Txe1 28. Lxe1 (diagram)
M’n constructieve ideeën waren hier al een tijdje op. De enige motiverende reden van 26. c4 was om hier 28…Lxf4? 29. Txf4 Dxf4 30. Lg3 te kunnen spelen. 28…Pf5 29. Pe5 Lxe5 30. fxe5 Pd5 31. g4 hxg4 32. hxg4 De7 33. Ld2 Th8+ 34. Kg1 Ph6 35. b5. Hier had ik wilde ideeën met 35…Pxg4 36. Txf7 Dxf7 37. Pxf7 Th1+ 38. Kg2 Th2+ 39. Kg3 Th3+ 40. Kxh3 Pf2+ 41. Kh4 Pxd3 42. Kg5, ook al leidde het tot niks. 35…Dd7 36. Dg3 Dxg4 37. Dxg4 Pxg4 38. Txf7 cxb5 39. axb5 Pc7? 40. e6! Te8? Wederom een sterke vrijpion die de balans breekt na een gespannen manoeuvreerpartij. 41. Lf4 Tc8 42. Lxc7+ Txc7 43. Tf8+ Tc8 44. e7 Pf6 45. Txf6 Kc7 46. Tf8 1-0 >> speel deze partij na

Ik had ook flink wat meezitten in m’n partij op de dag erna (na een korte overnachting in Pauls kamer in Groningen) in Meppel tegen Fokke Jonkman. Eigenlijk elke keer dat hij er is, moet ik tegen hem spelen (ik heb daarbij overigens altijd wel oké gescoord). Hij was dit seizoen net als ik prima in vorm in poule 2A en scoorde daarbij uiteindelijk 8 uit 9. Na de vrij geniaal ingevoegde manoeuvre Kg1-g2-g3, volgens mij terecht in het verslag van de tegenstander beschreven als ‘Carlsenesque’, stond ik plotseling heel erg verloren op het bord en moest ook nog werken onder flinke tijdsdruk. Ik raakte dus wel redelijk in paniek, m’n koning stond in de knel en daardoor ook de hele stelling, ik stond een pion achter en het was alleen maar ellendig. Met m’n ‘goede vorm’ perste ik er toch nog wat taai tegenspel uit, en nadat hij een sterke voortzetting miste met 41. f6, wikkelde ik het toch – zeker voor mijn doen – redelijk koel af naar een remisepionneneindspel, eigenlijk de enige reddingsboei die ik daarvoor had kunnen ontdekken, dus dat was mooi meegenomen. Helaas hielp het niet voor het team. Op de tafel naast me hield onze clubkampioen Mart grootmeester Dennis de Vreugt de hele middag bezig, maar moest uiteindelijk toch een nul slikken.

Fokke Jonkman (2039) – Jokim (21 maart 2015, MSV – Lonneker 1, 5-3)
1. c4 e5 2. Pc3 Pf6 3. Pf3. Hier moest ik al even flink denken en me achter de oren krabben, want mijn van tevoren geplande 3…Pc6 4. g3 b6 5. Lg2 Lb7 zou worden gevolgd door 6. Pxe5, dus ik bedacht maar iets compleet anders. Gelukkig had ik dan wel het zelfvertrouwen uit eerdere partijen dat je prima op het begin wat tijd kunt investeren, en het alsnog niet weten, zonder dat je je daar al te druk over hoeft te maken. 3…d6 4. d4 exd4 5. Pxd4 Le7 6. e4 Pc6 7. Le2 Pxd4 8. Dxd4 O-O 9. b3 c6 10. Lb2 Pe8 11. O-O Da5 12. Dd2 f5 13. exf5 Lxf5 14. a3 Lf6 15. b4 Dc7 16. g4 Lg6 17. g5 Ld8 18. f4 Df7 (diagram)
Hoewel het er allemaal nog niet heel overtuigend uitzag, was ik wel tevreden met deze opzet, maar had net als tegen Merbis, toen ik ook m’n dame naar f7 dirigeerde, niet echt een idee hoe verder. Dat bleek gauw. 19. Tae1 Df5 20. Kg2! Tc8 21. Kg3!! Dreigt Lg4. Gewoonweg prachtig gespeeld van wit. 21…Dc2 22. Dxc2 Lxc2 23. Lg4 Tc7 24. Le6+ Kh8 25. h4 Lg6 26. Kg4 Te7 27. f5 Lf7 28. Lxf7 Texf7 29. Te6 Kg8 30. Pe4 d5 31. cxd5 cxd5 32. Pd6 Pxd6 33. Txd6 Te7. Ik hing hier al een tijdje ‘in de touwen’ met een slechte koning en dreigend pionverlies, maar vond hier wel een paar plausibele zetten. 34. Txd5 Te2 35. Le5 Lb6 36. Ld6 Td8 37. Tfd1 Te4+ 38. Kf3 Te3+ 39. Kf4 Txa3 40. Le5 Tc8 41. Td7? Na 41. f6! volgen er nog benauwde momenten die ik waarschijnlijk niet remise had kunnen houden. 41…Tc4+ 42. Ld4 Txb4 43. Txg7+ Kf8 44. Td7 Taa4! 45. Ke5 Txd4 46. T1xd4 Lxd4+ 47. Txd4 Txd4 48. Kxd4 a5! Dit had ik zoals gezegd eigenlijk als enige remiseroute ingeschat. De witte koning kan niet via e5, f6 de witte promotie ondersteunen en kan ook nooit de zwarte pionnen ophalen. 49. h5 a4! De pion is gewoon te dekken met b7-b5. 50. h6 Kf7 51. Kc4 b5+ 52. Kb4 Kg8 53. g6 hxg6 54. fxg6 Kh8 1/2-1/2 >> speel deze partij na

Tegen Frank van Tellingen in de laatste ronde kreeg ik weer wit, zoals tegen al m’n zwaarste tegenstanders (thx Robin). Wederom had ik het kleine voordeel dat ik al voor de partij een beetje wist wat voor type speler hij is. Ik speelde rustig aan een opening die ik in de ochtend al had overwogen, maar nog even wilde narekenen achter het bord, en probeerde me niet van de wijs te laten brengen. Verder had ik het geluk meezitten dat zijn aanval nooit echt gevaarlijk kon worden en dat hij daardoor nooit echt het gevoel had dat hij lekker in de partij zat. Ik verknoeide het weer eens in de afwikkeling naar het eindspel, en na 31…La4 begon de partij – bij wijze van spreken – opnieuw, of op z’n minst het gevecht om het voordeel. Ik was echter niet heel erg van slag omdat ik rustig naging dat hij alsnog waarschijnlijk z’n loper zou moeten geven en daarna nog flink wat zou moeten vechten om remise eruit te slepen. Hij ging toen al snel in de fout doordat hij dacht op mat te spelen terwijl het geen mat was. Die cadeautjes horen ook bij een fantastisch seizoen, anders was het een wat normaler seizoen geweest. Als team hadden we ons al veilig gespeeld, en we verloren wederom zonder al te veel kans te maken op meer. Vooral de verliespartij van Boris tegen de topscorer van de klasse die op bezoek was, Maaike Keetman, was al in de opening leuk, en helaas voor ons haar vervolgaanval fraai.

Jokim – Frank van Tellingen (2249) (25 april 2015, Lonneker 1 – De Waagtoren 1, 3-5)
1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 a6 6. Lc4 e6 7. Lb3 Pbd7 8. De2 Pc5 9. Lg5 Le7 10. O-O-O Pxb3+ 11. axb3 Da5 12. f4 Ld7 13. Kb1 h6 14. Lh4 g5 15. fxg5 hxg5 16. b4! Een nuttig zetje. 16…Dxb4 17. Lxg5 Tc8 (diagram)
18. Df1! Ook een handig zetje. Df2 en Df3 hebben zo hun problemen vanwege zwarts mogelijkheden om Pg4/Pxe4 te spelen. 18…Pg4 19. Lxe7 Txc3 20. Lxd6 Dxd6 21. Pf5 Db4 22. Pd6+ Kd8 23. Pxf7+ Kc8 24. De1! Niet 24. Pxh8? Txc2! Zo listig is de stelling nog. 24…Tf8 25. Dxc3+? Dxc3 26. Pd6+ Kc7 27. bxc3 Pf2. Niet de beste voortzetting. 25. Td3! was erg goed volgens de computer, maar houdt het nog een paar zetten vrij ingewikkeld en dat had ik gewoon niet beoordeeld als iets gunstigs. Nu wikkelen we af naar een eindspel dat opeens vele malen listiger is dan ik had ingeschat. 28. e5 Pxh1 29. Txh1 Tf2 30. h4 Txg2 31. h5 (diagram)
31…La4!! Het geluk voor mij was dat ik het omspelen via a4 compleet niet aan had zien komen. Daarom speelde ik naïef de h-pion op. Als ik het had opgemerkt voordat hij deze zet deed, was ik wellicht enorm in de war geraakt en had ik bijvoorbeeld hiervoor al de koning verzet, en dat was me niet ten goede gekomen. 32. Ka1?! Lxc2 33. Pe8+. Door éérst Ka1 te doen, kon ik dit schaakje invoegen na Lxc2, was het idee. 33…Kc6 34. Pf6 Kc5 35. Th4 a5 36. h6 a4 37. h7 a3. Terwijl ik de dame pakte, gaf hij soort van op. 1-0 >> speel deze partij na

Veel partijen werden me in de schoot geworpen door zelf rustig te spelen. Ik vond het vaak ook helemaal niet erg om niet per se op winst te spelen. Ik stelde me tevreden met manoeuvreren in remiseachtige stellingen, met het meer spelen op kleine dingetjes dan daar noodzakelijk meteen een concrete winnende truc aan te verbinden, zolang m’n eigen stelling maar in leven bleef. Ook heb ik me met dat rustige type spel door een redelijk aantal benarde stellingen heen gespeeld.

Misschien dat mijn reputatie (voor zover ik die heb) als snelle tacticus ook wel enigszins geholpen heeft ten opzichte van het seizoen hiervoor. Ook al zijn snelle tactische wendingen me ook wel zeer zeker van dienst geweest. Zie daarvoor de diagrammen in het volgende artikel op deze site: Jokims trucjesopgaven.

De analyses van mijn partijen zijn overigens vrij oppervlakkig, maar het type partijen en diagrammen is toch wel beduidend anders dan het soort tactisch dubieuze ongein die ik behandelde in 2006, ook al komen dat soort dingen alsnog wel voorbij in de varianten en scenario’s die ik overweeg als ik een stelling ‘objectief’ probeer te beoordelen. Wat me wel steeds duidelijker wordt is dat die objectiviteit in schaken meer iets subjectiefs is – het gaat erom wat op dat moment prettig voor jou uitvalt en wat niet zo prettig lijkt voor de tegenstander. Zolang de tegenstander daar ook in gelooft, gaat het de goeie kant op voor je.

Houd in elk geval rekening met de kans op schaatsen deze winter, en wellicht tot het zomernummer van Het Blozende Paard van het jaar 2024, waarin ik mijn eerste IM-norm van analyses voorzie, Mart en Gijs FM zijn, en Paul nog altijd probeert van z’n CM-titel af te komen.

Jokim van den Bos
(met dank aan Willem Bulter, Arno van Akkeren en Vincent Rothuis voor correcties en commentaar)

-web opmaak : Roelof Berkepeis

.
.

1 comment to Hoe te winnen bij +0.35?